25. nov, 2019

Mission Impossible?


 
Nog voor dat ik haar heb kunnen begroeten in de wachtkamer, laat Ariane alvast weten, dat ze helemaal klaar is met dat stomme denken over boosheid.
 
Ik geef aan dat ik zie dat dit een essentieel punt voor haar is en zeg haar nog eventjes te wachten met het bespreken van deze belangrijke kwestie totdat we binnen zijn in de speelkamer en we klaar zijn om te beginnen.
 
Al mopperend loopt ze met haar moeder de gang door naar de speelkamer.
 
Ze meldt via de spanningsmeter van Toontje dat ze hoog in de spanning zit omdat ze geen zin heeft in dit stomme gedoe, ze wil lekker spelen. Ze wil niet praten en denken over frustraties met Toontje. Ze wil alleen lekker spelen. 
 
Ik bedank haar voor haar eerlijkheid. Ik geef aan dat ik haar wens hoor dat ze lekker graag wil spelen. 
Dan leg haar mijn dilemma voor.  Ik wil haar graag lekker veel laten spelen, maar ik wil haar en haar ouders ook woorden en gedachten geven over handig omgaan met frustraties. Ariane en haar ouders zijn naar ‘Zachtjes balen met Toontje’ gekomen omdat ze het fijner willen hebben thuis. Ariane heeft ADHD en kan plotseling enorm boos worden als het lastig is en dan gebeuren er heftige vervelende dingen thuis. Door samen met haar ouders hier bij Toontje te komen spelen, denken en praten over frustraties, verwachten we dat ze samen leren wat ze handig kunnen doen als ze boos op elkaar zijn. Woorden en gedachten helpen om te snappen wat er gebeurt. En dan kunnen ze elkaar thuis makkelijker helpen als het lastig is. Dan blijft het vaker fijn, ook als het even lastig is.
Maar ja, Ariane wil niet praten en denken over frustraties.  Daar heeft ze vast een goed reden voor. Ze knikt, ze vindt het super irritant, ze kan het niet horen en wil naar huis.
 
Moeder zegt dat ze dit toch wel heel graag wil door zetten omdat ze thuis toch wel graag wil leren wat ze verstandig kunnen doen als Ariane zich verdrietig of boos voelt. Ariane legt haar hoofd op tafel en herhaalt nors dat ze alleen maar wilt spelen. Ze voegt er bovendien aan toe dat ze er ook baalt omdat ze niet eens Toontje zelf mag vasthouden. 
 
Dat is een wens die veel kinderen hebben als ze bij Toontje komen. Ze willen de handpop zelf bespelen. Ik erken deze wens van de kinderen. Maar honoreer hem niet. Ik wil de speciale magische werking van Toontje behouden. De specifieke interventies van de therapeut krijgen via Toontje een bijzondere waarde; het komt zoveel beter binnen bij ouders en kinderen.  De vrije speelse creatieve ruimte van spelen met een handpop wil ik de kinderen echter graag bieden: Daarom is er voor de kinderen het vriendje van Toontje. Een kleiner schildpad- handpopje waar zij zelf mee mogen spelen.
 
Als Ariane het kleine schildpadje in handen krijgt is ze direct om. “Hallo ik ben Kroontje” verzint ze vindingrijk en vliegensvlug, zoals een echte  ADHD-er betaamt. Ze speelt vol overgave en met plezier. Samen spelen, praten en denken Kroontje en Toontje en Ariane en ouders over de omgang met oplopende spanning en boosheid bij frustraties. Kroontje adviseert Toontje over verstandig gedrag als hij zich even erg boos voelt.

Wanneer ik Ariane de volgende keer ophaal in de wachtkamer stuift ze als een rakket naar de speelkamer. Ouders melden dat de rakket de woorden, gedachten en vaardigheden enthousiast thuis toepast.
Mission in progress!